Paddenstoelen in het Sint Annabos

13-12-2017 00:00

Het Sint Annabos is al een oud bos, aangelegd door De Oranje-Nassaus in de 16e-17e eeuw. Het is vernoemd naar Anna van Egmond. Het bos is onderdeel van de Boswachterij Ulvenhoutse bos.

Dit jaar (2017) heeft de paddenstoelengroep van de KNNV Breda een aantal verkenningen uitgevoerd in het Sint Annabos. Het betreft voor het grootste deel veldwaarnemingen; slechts een klein deel werd microscopisch gecontroleerd.

Het onderzochte biotoop (gemengde bossen op droge, niet lemige zandgrond, afgewisseld met enige venige weilanden met veel pitrus) staat bekend als vindplaats van vooral veel algemene soorten paddenstoelen. Maar ook kunnen er bijzondere soorten voorkomen, die een onderzoek zeker rechtvaardigen.

Dit onderzoekjaar, geen bijzonder goed paddenstoelenjaar, bleek het grootste deel van de vondsten te behoren tot de algemene en zeer algemene soorten. De lijst bevatte 110 soorten, wat een normaal gemiddelde is voor dit soort bossen, zeker omdat het vooral veldwaarnemingen betreft.

Hoewel niet groot in aantal werden er toch enige bijzondere soorten gevonden zoals de Purperbruine wolvezelkop, de Citroenstrookzwam en het Russenzwartkorstje. Deze laatste is een onooglijk zwart korstje op Pitrus, dat in Nederland als uiterst zeldzaam opgegeven wordt, maar in Engeland volgens de literatuur zeer algemeen is; het vermoeden is, dat bij gericht zoeken de soort ook bij ons niet zeldzaam zal zijn. Ook vermeldenswaard is de vondst van een zeer fraai exemplaar van de Grote sponszwam. Andere leuke vondsten zijn de Pagemantel, de Beukenridderzwam en de Rechte koraalzwam.

   
Russenzwartkorstje
foto Jac gelderblom
Grote sponszwam
foto jacques Rovers
Citroenstrookzwam
foto Jacques Rovers

Hoewel het Sint Annabos dus geen bijzonder rijk gebied is voor paddenstoelen kan toch gesteld worden, dat het een terrein is, waar het voor de in de natuur geïnteresseerde wandelaar aangenaam toeven is en waar voor de niet-specialist voldoende te beleven valt, ook op het gebied van paddenstoelen.

13 -12-2017 Jac Gelderblom