Daar waar beken samenvloeien Natuurwandeling Bavelse Leij en Broekloop – zondag 19 maart 2017

27-03-2017 12:14

Voor mijn opleiding tot docent biologie ga ik samen met mijn man op pad. We nemen deel aan een natuurexcursie vlakbij onze eigen habitat, IJpelaar. De wandeling wordt georganiseerd door IVN Mark en Donge in het kader van Breda Binnenste Buiten (BiBu), een nieuw project met als doel de natuur in en rondom Breda beter in beeld te brengen.

Thema vandaag is: ‘Daar waar beken samenvloeien’. Om precies te zijn gaat het hier om de Broekloop en de Bavelse Leij, twee beekjes direct ten zuiden van Breda, die elkaar vinden in het Ulvenhoutse Bos.

Schitterende bosanemonen op de plek waar de Broekloop en de Bavelse Leij samenvloeien (foto: S. Ketelaars).

Onze wandeling start bij Begraafplaats De Lichtenberg in Bavel. Mijn eerste waarneming is een flinke groep overwegend grijze duiven aangevuld met enkele jongere koppels. Onze gids Joop van Riet gaat voortvarend op pad en houdt het tempo er behoorlijk in. Ik haast me achter hem aan, notitieboek en pen in de aanslag. Mijn man maakt foto’s. Er zijn ervaren natuurvorsers in onze groep, ook zij vinden het leuk hun kennis met de anderen te delen: “Heb je die al?” “Wist je dat...” Erg sympathiek en ook een fijne manier om het beeld nog completer te krijgen.

We lopen richting Ulvenhout en meteen na het eerste bruggetje over de Broekloop worden we getest op onze opmerkzaamheid. Wat valt er op aan de lange rechte bermsloot aan de zuidzijde van de Deken Dr. Dirckxweg? De ene slootkant is groen en wordt gesierd door flinke groepen bloeiende bosanemonen, die typerend zijn voor dit natte, oude bos. De andere slootkant is nog dor, geen groen blaadje te bekennen. Hoe kan dat nou? De verklaring zit in een verschil in microklimaat: de groene slootkant is gericht op het zuiden en krijgt dus veel meer zon dan de dorre slootkant.

Terug bij het bruggetje vertelt onze gids over de maatregelen die genomen zijn om padden en andere dieren (steenmarters, egels, vossen) tegen het verkeer te beschermen. De paddentrek is weer begonnen. Schermen met gaas langs de weg houden de iets te vrijmoedige padden tegen. Zij worden door vrijwilligers veilig overgezet. Er zijn tunnels onder de weg door en onder het bruggetje is een heuse faunapassage aangelegd: een plateau net onder de waterspiegel.

Dan gaan we het Ulvenhoutse bos in en volgen de Broekloop. Deze ontspringt in het dal van landgoed Valkenberg en wordt gevoed door kwel, grondwater dat onder druk uit de bodem aan de oppervlakte komt. Het beekje kronkelt door het landschap. Het water staat hoog en stroomt flink. In de bochten zie je hoe de ‘buitenbocht’ afkalft, terwijl de binnenbocht langzaam maar zeker verlandt. Daar waar het water ‘afgeremd’ wordt door beplanting of andere obstakels zien we een witte-schuimlaag op het water. Kennelijk zit er toch nog veel fosfaat in het water. Onze gids vermoedt dat dit nog steeds het gevolg is van jarenlange overbemesting in de landbouw, al las ik laatst dat ook kwel kan leiden tot een fosfaatoverschot in water (V-focus, 2015).

Joop vertelt welke vissoorten in deze beek waargenomen zijn: botervis, riviergrondel, bermpje en (sinds een paar jaar weer terug!) de rivierdonderpad. Oók een vis, al doet zijn naam anders vermoeden.

We passeren vele berken, eiken, elzen, beuken en ook hulst. Op sommige berken zien we de Echte Tonderzwam. Klimop vindt haar weg in menige boom. Op de bodem groeien varens, mossen, zuring. Het klein hoefblad staat in bloei.

Mijn oog valt op een rare varen: het blijkt om Dubbelloof te gaan, een logische naam voor een plant met twee typen (geveerde) bladeren. De fertiele (sporendragende) bladeren hebben smalle zijveren, bij de vegetatieve bladeren zijn deze breed. Een plant typerend voor dit natte bos.

Voordat we de weg oversteken richting landgoed Wolfslaar passeren we een stuk bos waar overduidelijk is ingegrepen. De meeste bomen zijn gekapt, slechts een enkele zaaiboom is gespaard gebleven voor ‘natuurlijke’ verjonging. Op deze manier komen de oorspronkelijke boomsoorten hier weer terug.

Op de modderige bospaden van Landgoed Wolfslaar worden we verrast door een klein amfibie. Onze gids vangt het diertje behendig en stelt de hamvraag: “Een kikker of een pad, hoe zie je dat?” “Als je hem kust!” is het antwoord van één van de deelnemers, een mevrouw met veel kennis van zaken. Joop presenteert haar het diertje en sportief als ze is, aarzelt ze geen moment! Maar helaas, de mythe blijkt geen werkelijkheid. Geen prins, tóch een kikker. Als Joop hem vrijlaat, springt onze bruine vriend er snel vandoor. Dat zou een pad nooit doen, die waggelt meer.

We bewonderen de katjes in de bloeiende boswilgen en komen dan op het punt waar de twee beken samenvloeien en verder stromen als de Bavelse Leij richting de Mark. Aan de oevers zien we weer veel betoverend mooie bosanemonen. Daar waar minder zonlicht door kan dringen vinden we braamstruiken, taxus, (heel veel) speenkruid, zevenblad, aronskelk, lelietje-van-dalen, hondsdraf en zegge. De eiken en beuken om ons heen zijn imposant. Op de plas midden in het landgoed zien we meerkoeten en kuifeenden.

De route gaat verder door de Natuurtuin Wolfslaar, waar grote plakken sterrenmos en heide de bodem bedekken. De gaspeldoorn en brem bloeien, beide voorjaarsgeel. We staan even stil om naar de vogels te luisteren. De tjiftjaf is net teruggekeerd uit warmere landen, en ook de boomklever en het winterkoninkje laten zich horen. Mijn man signaleert een buizerd. De middelste bonte specht laat zich vandaag helaas niet zien. Dat het goed toeven is in de Natuurtuin, blijkt ook het feit dat hier in de zomer vinpootsalamanders, kamsalamanders en vele kikkers te vinden zijn in de aangelegde poelen.

Dan gaan we terug via het park van Landhuis Wolfslaar. Hier vind je veel rhododendrons tussen de hoge eiken en beuken. Twee moerascipressen, bijzondere, naaldverliezende bomen, markeren de ingang van de Warmoezerij. Het water in de voorde staat zo hoog dat niemand de oversteek aandurft.

We lopen door een zompig weiland terug naar De Lichtenberg. De plassen water hebben een typische roestkleur. Dit water is duidelijk rijk aan ijzer. Er zijn ook plasjes water waar een dun vliesje olie op lijkt te liggen. Als onze gids het met een stokje aanraakt breekt het vliesje in stukken, een soort kleine eilandjes. Olie zou aaneenvloeien, zo legt hij uit. Hier is dus geen sprake van milieuvervuiling. Het vliesje is gemaakt door ijzerbacteriën die voorkomen in kwel.

Vlak voor we het eindpunt bij De Lichtenberg bereiken, worden we nog verrast door een paar prachtige doolhofzwammen op een dode eikestronk. Later in het jaar worden in dit gebied waterbeekjuffers verwacht en ook las ik dat de witte rapunzel, een uiterst zeldzame plant, uitgerekend in dit beekdal haar opwachting zal maken. Reden genoeg om hier nog eens te komen ronddolen.

door Susan Ketelaars