11 Bavel Bolberg/Natuurpark Gilzewouwerbeek

Ligging en omvang

Natuurpark Gilzewouwerbeek: Opp 17,5 ha. (1km x ca. 175 meter)

Eigenaar: gemeente Breda

Ingang 1:  Einde Blookweg

ingang 2: kruising Eikbergseweg/Lijndonkseweg

Figuur 1 ligging  park Gilzewouwerbeek

Geschiedenis

Oude bewoningssporen rond Bavel gaan terug tot de Nieuwe Steentijd (4000-1500 v C.). Aan het park grenst het gehucht Bolberg. Dit maakt deel uit van de gehuchtenzwerm rond Bavel, waartoe ook Lijndonk, Tervoort en Eikberg behoren. Sommige namen zoals Tervoort, Lijndonk worden al in aktes van 1299 genoemd.

Ze lagen op hogere zandruggen (donken, ‘bergen’) tussen de beken die het gebied doorsneden. Wegen in het gebied verbonden de gehuchten en volgden de hoge zandruggen.

Deze plekken boden kansen voor een gemengde vorm van landbouw. Naar de beek toe natte/vochtige beemden, geschikt voor grasland en het houden van vee. Op de hogere gronden akkers met mogelijkheden voor de teelt van granen en andere gewassen. Elk perceel werden begrensd door houtsingels en houtwallen en leverde zo brand- en geriefhout. Op de hogere gronden rondom de akker bossen en heidevelden, geschikt voor beweiding door schapen die wol en mest leverden.

Figuur 2 Kaart 1870. Bolberg met een tiental boerderijen (rood), beemden lichtgroen langs de Wouwerbeek, akkers rond  Bolberg(wit), bos (donkergroen), heide (roze) onder Bolberg. Puntjes langs perceelsranden zijn bomen. groene stroken: houtwallen.

Dit patroon is tot 1870 zo gebleven. De uitvinding van kunstmest rond die tijd heeft veel veranderingen in gang gezet. De Gilzewouwerbeek heeft op de kaart van 1870 al zijn rechte loop. Deze is tot de aanleg van het park niet veranderd. De Blookloop nadert vanuit het westen en watert af op de beek.

De verdere ontginningen in het gebied vinden in de jaren dertig  plaats. De hogere schrale gronden met bossen en heidevelden worden ontgonnen, ook verdwijnen vrijwel alle houtsingels en houtwallen.

Na de ruilverkaveling eind jaren 70, kenmerkt het kaartbeeld zich door verdere perceelsvergroting, overwegend als grasland in gebruik met op hogere gronden, maisteelt. Het zandpad dat vanaf Bolberg het gebied inliep is verdwenen. Nieuw in het gebied zijn 2 ‘ruilverkavelingsbosjes’ die rond die tijd aangeplant zijn, als compensatie voor het natuurverlies.

Figuur 3 Kaart 1980

Ontwikkeling Natuurpark Gilzewouwerbeek

Het park is ontworpen als buffergebied tussen 3 geplande nieuwbouwlocaties rond Bavel (Bavel-zuid, Lijndonk, Tervoort). Ook vormt het gebied een stapsteen in de te ontwikkelen ecologische verbindingszone, tussen natuurgebieden in het zuidwesten (Ulvenhoutse bos/Chaamse bossen) en noordoosten (Boswachterij Dorst). Eén van de soorten die daar profijt van zou moeten hebben is de boomkikker. Ten derde vangt het gebied bij hoge regenval water op. De Gilzewouwerbeek kan in het park buiten zijn oevers treden en voorkomt zo wateroverlast op andere plakken langs de beek.

De nieuwbouwlocaties zijn er door de crisis op de woningmarkt (vanaf 2007) niet gekomen. Toch is de ontwikkeling van het park deels doorgezet. De voorziene aansluiting op het natuurpak rond de Bavelse berg, waar de Gilzewouwerbeek en Molenleij samenstromen is (nog) niet gerealiseerd. Het natuurpark is op 7 november 2012 geopend en ligt nu ingebed in een agrarische omgeving.

Landschap

Voor de inrichting van het natuurpark lag de beek er net zo bij, zoals hij zuidelijk van de Blookweg nog steeds stroomt. Bij de inrichting is teruggegrepen op de situatie van voor 1870. Er is een slingerend beekdal met glooiende hellingen en een zomer- en een winterbed. In deze geul is de voedselrijke toplaag verwijderd tot op het kale zand, op veel plekken duikt leem op. In het verleden is in de omgeving ook leem gewonnen voor de steenfabriek in Gilze. De vrijkomende grond is verwerkt op de hogere delen. Deze zijn nog voedselrijk.

3 ha is aangeplant met inheemse bomen en struiken, waaronder veel besdragende soorten. Een bestaand stukje bos is gekapt en de stobben zijn in stobbenwallen verwerkt. Deze zijn bedoeld als schuil- en woonplaats voor allerlei kleine zoogdieren. De bedoeling is, dat ze overgroeid raken met planten en struikgewas, zoals bramen. Die vormen dan een mooi biotoop voor de boomkikker, die zich hier hopelijk definitief gaat vestigen. Hij is al gehoord en gezien.

Figuur 4 Plattegrond park Gilzewouwerbeek

Er liggen zeven poelen, waarvan er vier geregeld door de beek overstroomd worden. Drie poelen liggen op enige afstand en op hogere grond. De poelen zijn bedoeld als voortplantingswater voor amfibieën.

Aan de noordkant van het beekdal, aan de Bolbergseweg, is een stuw vervangen door een vistrap, zodat vissen de beek weer kunnen opzwemmen. Aan de zuidkant, bij de Blookweg ligt nog wel een stuw (6m NAP), zoals er naar de bron van de beek nabij Gilze (14 m +NAP) nog een aantal liggen

Flora en fauna

Planten

De hogere delen bestaan uit graslanden en ruigten. Omdat deze nog voedselrijk zijn, domineren de grassen en biezen. Pas na jaren van maaien en afvoeren zal de grond schraler worden waardoor een bloemrijke vegetatie met minder algemene soorten moet ontstaan.

Langs de droogvallende oevers zijn de ontwikkelingen nu al interessant. Soorten als Borstelbies, meerdere soorten zeggen (Blauwe zegge, Bleke zegge, Geelgroene zegge) hebben zich als pionier gevestigd. Het zijn zeldzame soorten, kenmerkend voor lemig zand. Ook exoten hebben dit gebied weten te vinden, zo hebben watercrassula (een op drift geraakte aquariumplant) en schijngenadekruid zich al in en nabij de poelen gevestigd.

Hoewel het gebied nog aan het begin van ontwikkeling is, kun je er toch al ruim 300 verschillende soorten planten aantreffen.

Figuur 5 Verspreidingskaartje foto bleke zegge

Vogels

Broedvogels

In het open gebied met hier en daar wat nieuwe bossages is dit gebied heel geschikt voor de tjiftjaf en de roodborsttapuit. Deze vogelsoorten hebben er dit jaar ook gebroed. De zwartkop en de fitis zitten  in het kleine bosje van SBB aan de zuidkant van het gebied. Mogelijk broedt daar ook de Buizerd die regelmatig jagend te zien is. Maar in de stapels met boomstronken zit graag de winterkoning en de roodborst. Zij houden allebei  van goed beschermde en moeilijk te vinden nesten.

Tegenover deze geborgenheid staat de open stukjes land met gras en soms een totaal kale bodem,  die soms onder water lopen. Hier houdt nou juist de kleine plevier van. Het is een pioniersoort die nieuw aangelegde waterpartijen fantastisch vindt om eten te vinden en te kunnen broeden.  Dat was zeker het geval bij de nieuw gegraven poel dit jaar. Maar hij kan over een paar jaar verdwenen zijn. Een vogelsoort die ook van deze open stukjes houdt, is de veldleeuwerik, een sterk bedreigde vogelsoort, die het nu leuk vindt om te zingen boven de  velden bij de Gilzewouwerbeek. Het zijn nieuwkomers hier, want ze waren de eerste jaren na de hermeandering hier nog niet te vinden. Ze hebben nu dit plekje nu wel ontdekt. Mogelijk onder druk van de vele broedparen op de vliegbasis Gilze Rijen, waar dit nu een algemene vogel is.

In de stukjes riet, die er al te vinden zijn, kun je vogels als de rietgors en de kleine karekiet aantreffen. Op de weilanden in de buurt broeden de kieviten nog. Langs de oevers van de beek komt de wilde Eend en het waterhoen tot broeden.  Soms zie je daar ook de gele Kwik fourageren en of deze er gebroed heeft weten we niet zeker. 

Afgelopen jaar (2016) heeft de torenvalk weer succesvol gebroed in een van de 2 torenvalkenkasten. Ook in 2015 was het succesvol. Deze kasten zijn geplaatst in samenwerking met de gemeente Breda en de werkgroep roofvogels van de West Brabantse Vogelwerkgroep. In de kast zaten 4 jongen. De jongen zijn op 24 juni uitgevlogen. Gedurende tijd daarna, zijn de nog onhandige jongen (takkelingen), rond de torenvalkenkast gezien. Ook werd veelvuldig gebruik gemaakt van de paal met daarop het ooievaarsnest. Op 25 september zijn de volwassen Torenvalken nog gezien. De jongen zijn dan  naar elders vertrokken. Zo draagt het Torenvalken paar van de Gilzewouwerbeek bij aan de verdere verspreiding van torenvalken in de omgeving.

Vogels van de trektijd.

De zeer schuwe purperreiger ( een adulte vogel) vloog  op uit een van de poelen en werd later door verschillende vogelaars  gezien. De purperreiger gaat, na het broedseizoen in Nederland, in augustus op trek naar Afrika. De dichtstbijzijnde grote broedkolonie van purperreigers  is in de Zouweboezem net voorbij Gorinchem richting Utrecht. Hij is voor het eerst gezien tijdens het monitoren van de libellen op 22 augustus, voor het laatst op 10 oktober. Foerageren voordat hij zijn reis naar het zuiden vervolgt. Dit is de eerst keer dat de purperreiger in het stroomgebied van de Molenleij via waarneming.nl is geregistreerd. Sinds 2011 wordt de grote zilverreiger met grote regelmaat in de wintermaanden (eind oktober-april) waargenomen.

Figuur 6 Purperreiger

Maar ook de watersnip doet in deze tijd het gebied aan. In het najaar , de tijd voor de vogeltrek,  zien we hier ook groepjes graspiepers en spreeuwen fourageren. Op de velden in de buurt, met name als er maïs is geoogst of juist is blijven liggen dan zijn de holenduif en de houtduif dit gebied actief. Er zijn in augustus waarnemingen van meer de 500 houtduiven daar gedaan. 

Vissen

Behalve tiendoornige stekelbaarzen zijn er bij monstename in oktober 2016 bermpjes en jonge snoeken gevangen.

Amfibieën/reptielen

Naast algemene soorten als bruine kikker, groene kikker en kleine watersalamander zijn ook  de zeldzame boomkikker en vinpootsalamander in het gebied waargenomen

De boomkikker was eind jaren tachtig bijna uitgestorven. Er zat nog een kleine populatie op de Vliegbasis Gilze-Rijen. Blijkbaar hadden zij geen last van het vliegtuiglawaai. De dichtstbijzijnde vindplaats was in de omgeving Udenhout. De populatie dreigde door inteelt uit te sterven.

Inmiddels is de situatie verbeterd. Er zijn met succes beestjes uitgezet in de omgeving Chaamse beken en het Merkske. Het natuurpark Gilzewouwerbeek is een stapsteen er naar toe.

figuur 7 boomkikker + verspreidingskaartje boomkikker

Zoogdieren

In de ruilverkaveling zijn enkele bosjes aangelegd in het agrarisch gebied. Eén van deze bosjes is opgenomen in het natuurontwikkelingsproject Gilzewouwerbeek. Tijdens zoogdieronderzoek in 2016 werden hier diverse muissoorten aangetroffen en de vos.

Insecten

Bijen en wespen

In 2015 en 2016 zijn bijen en wespen waargenomen op het gebied Gilzewouwerbeek. Grotere dieren als hommels en limonadewespen zijn op zicht gedetermineerd, de meeste zijn echter met de hand gevangen en onder de binoculair op naam gebracht. Het gebied is zeker 15 maal per jaar bezocht in de periode maart tot eind augustus. Dit houdt in dat de inventarisatie voor minimaal 80% compleet moet zijn. Er zijn in totaal 39 soorten bijen en wespen waargenomen, doorgaans in lage aantallen met een aantal uitzonderingen. Het aantal soorten is laag voor zo een groot en divers gebied. De verklaring kan zijn dat het gebied nieuw is en de diversiteit aan planten nog niet groot is.

Voor zowel de bijen als de wespen geldt dat het overgrote deel van de dieren wordt aangetroffen in het meest westelijke stuk, dat het dichtst tegen de bebouwing aanligt. Het ligt voor de hand aan te nemen dat in ieder geval een deel van de dieren van daaruit het gebied koloniseert.

Bijen

Er zijn 21 soorten wilde bijen geteld plus het huisdier de honingbij. Piet Oomen van de aangrenzende boerderij is imker. Zoals gezegd wordt het merendeel van de dieren in het meest westelijke stuk aangetroffen. Dit gedeelte ligt niet alleen het dichtst bij de bebouwing, maar is ook het meest bloemrijk door het jaar heen en kent een stijlwand op het zuiden, namelijk de sloot die het perceel begrenst. In die stijlwand nestelen een tiental soorten bijen en wespen.

De vier soorten hommels die zijn aangetroffen zijn niet gebonden aan dit soort nestgelegenheid. Zij kunnen hun voedsel kilometers ver halen. Buiten de hommels zijn er twee soorten bijen die in redelijk aantallen voorkomen: de tronkenbij (Heriades truncorum). Dit is een klein bijtje dat in holtes nestelt, bv. riet van een rieten dak en niet aan een bepaalde bloemsoort is gebonden. Wel heeft deze bij een voorkeur voor gele composieten, waarvan er altijd wel bloeien. De tweede veelvoorkomende soort is ranonkelbij (Chelostoma florisomne). Deze soort nestelt ook in holtes, oude kevergangen in hout, riet, en is gespecialiseerd op boterbloemen. Deze soort zou dus heel goed al lang een gebruiker het vroegere weiland kunnen zijn.

Figuur 8 Ranonkelbij

Tenslotte is vermeldenswaard dat er ook vier soorten parasitaire bijen voorkomen. Die worden ook wel koekoeksbijen genoemd omdat ze hun eieren stiekem bij anderen bijen leggen. Hun ei komt eerder uit en de larve eet de voorraad stuifmeel op en vaak ook het ei van de gastvrouw. Er is dus al een specifiek ecosysteem tot stand gekomen.

Wespen

Er zijn 17 soorten wespen geteld. De meeste daarvan behoren tot de groep graafwespen, dat is ook de grootste groep in Nederland. De naam graafwespen is wat misleidend, omdat je zou denken dat ze hun nest in de grond graven. De meeste doen dat niet, maar gebruiken dood hout of gangen in organisch materiaal. Er komen drie soorten blokhoofdwespen (Ectemnius) voor en drie soorten kleine spieswespjes (Oxybelus). Deze nestelen wel in zand (steilwand!) en de prooi bestaat uit kleine vliegen. Wespen voeden hun broed met vlees. Sommige kun je wel op bloemen aantreffen voor nectar, maar dat is alleen voor hun eigen voeding.

Net zoals bijen soms specialist zijn op bepaalde bloemen en andere weer niet, geldt ook voor wespen dat je specialisten hebt voor vlinders, kevers, spinnen, bladluizen, wantsen, enz. Andere soorten pakken alles waar maar vlees aanzit, zoals de gewone wesp.

Vlinders

In 2016 zijn twee vlinderroutes van een km gelopen volgens het protocol van de Vlinderstichting op de Gilzewouwerbeek. Dat houdt dat er 30 maal een bezoek is gebracht. De tellingen van de twee routes kunnen we vergelijken met die van de geluidswal in Bavel. Die route wordt door beide telsters steeds op dezelfde dag gelopen.

De telsters zeggen dat 2016 een slecht vlinderjaar is. Ook de Vlinderstichting zegt al in mei dat maar de helft van de vlinders wordt geteld. Dat blijkt ook uit de cijfers van de Geluidswal: het totaal aantal waargenomen vlinders is inderdaad de helft van het aantal in 2015, namelijk 524 verspreid over 20 soorten.

Op de Gilzewouwerbeek zijn op de ene route 313 en op de andere 504 vlinders waargenomen, verspreid over 21 soorten als we beide route samen tellen. Op de Geluidswal is het hoogst aantal soorten in een jaar 22.

Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat de Gilzewouwerbeek gemiddeld wat kleinere aantallen vlinders telt. Waarschijnlijk zullen daar wel een paar soorten meer vliegen dan op de Geluidswal.

De veel voorkomende soorten zijn graslandsoorten: bruin zandoogje (Aricia agestis), oranje zandoogje (Pyronia tithonis) en het hooibeestje (Coenonympha pamphilius) .

Twee bijzondere soorten zijn het vermelden waard: het landkaartje (Araschnia levana) dat in heel Nederland meer werd gezien, en het geelsprietdikkopje (Thymelicus sylvestris), dat zeldzaam is.

Figuur 9 Landkaartje

Wandelmogelijkheden

De wandelpaden op de hoge oever zijn droog en volgen voor een deel een vroeger kerkepad naar Bavel. Die op de lage oever zijn bedoeld als laarzenpad en kunnen heel drassig zijn, de bodem is sterk lemig en kan dus glad en glibberig zijn bij regenval. Dit laarzenpad kruist enkele malen de beek, op doorwaadbare plaatsen, z.g. voordes.

Voor het terrein is een  ‘ommetje  beschreven. 

Bronnen

De inhoud is mede gebaseerd op teksten IVN Mark en Donge, wandelingenwerkgroep

Historische kaarten zijn ontleend aan www.topotijdreis2000.nl

Tekst Charles Schils met bijdragen Flora en fauna door Jacques Rovers, Piet van Iersel, Raymond van Breemen , Wouter Schuitema, Aad van Diemen. 

Fotogalerij: 11 Bavel Bolberg/Natuurpark Gilzewouwerbeek